Waarom dragen sommige mensen een leesbril?

Bjorn Luijten

Als opticien krijg ik heel vaak de vraag: ‘hoe komt het dat ik een leesbril nodig heb?’ Of:  ‘Waarom kan ik niet zo goed lezen met mijn afstandsbril?’ Mijn standaard antwoord daarop is: ‘dat probleem krijgt bijna iedereen na zijn 21e.’

 

Na zijn 21e?!

Ja na zijn 21e, ik ben nu al 20 jaar 21. Dit is volgens mij ‘Bjorn humor’, ik (Bjorn) vind dit heel grappig. Maar dat terzijde.

 

Gemiddeld ontstaan deze klachten rond het 43e levensjaar.

 

Wat is er dan aan de hand?

Dat ga ik uitleggen aan de hand van een simpele proef. Ik ga er even vanuit dat u een vrij recente mobiele telefoon heeft met camera.

  • Pak je mobiel en start de camera app op en houd het scherm van uw telefoon goed in de gaten.
  • Maak een foto op afstand meer dan 5 meter.
  • Maak een foto van een object bij u in de buurt. Ongeveer 20 cm.
  • Herhaal de laatste 2 punten een paar keer.

 

Wat valt je op?

Als je wisselt tussen de afstanden, heeft je telefoon een momentje nodig om scherp te stellen. De functie heet in cameraland ‘autofocus’. Geniaal concept, toch? Dat heeft de mensheid goed bedacht.

Net zoals vele goede uitvindingen is deze uitvinding geïnspireerd op de natuur. Hierbij hoeven we niet ver te zoeken, want dit principe heeft het oog dit ook al van nature.

Hier noemen we dat geen autofocus, maar accommodatie.

 

Accommodatie is aanpassen. De ooglens kan van sterkte veranderen door de ooglens te vervormen. Naarmate we minder jong worden, wordt de ooglens minder flexibel. Vanaf gemiddeld het 43e levensjaar gaan we dat echt merken, maar dit proces is al langer bezig.

 

Dit is ook de verklaring dat kinderen zo dicht op iets kunnen zitten, hun ooglenzen zijn nog heel erg soepel.

 

Nu mijn vraag?

Hebben we te maken met een constructiefout van de mens of gaan we ‘te’ lang mee? Laat het me weten in de comments?

× Hoe kan ik je helpen?